Meer actie levert niet altijd meer resultaat
“Er moet iets gebeuren.” Dat is misschien wel de meest vanzelfsprekende reactie op een probleem in organisaties. Er komt een project bij, een werkgroep, een extra overleg, nog een actieplan. Alles wordt uit de kast gehaald om het probleem op te lossen. Maar wat als de oplossing niet ligt in méér doen… maar juist in minder doen of zelfs ergens mee stoppen?
Die optie opperen roept vaak spanning op. We hebben de sterke overtuiging dat problemen opgelost worden doordat je iets gaat doen, in actie komt. Stoppen voelt tegennatuurlijk. Het risico van minder of zelfs niets doen, is moeilijk te verdragen en lijkt vaak groter dan het risico van te veel doen. Daarom blijven veel leiders in acties denken.
Iedere interventie heeft echter invloed op de natuurlijke processen van het systeem. Dan kan extra actie helpend zijn, maar ook juist niet. Door steeds opnieuw in te grijpen krijgt het systeem niet de ruimte om zelf een nieuwe balans te vinden. Wat vanzelf had kunnen ontstaan, krijgt geen kans om zich te ontwikkelen.
Bovendien: als harder werken gezien wordt als de enige oplossing, zal stoppen nooit een bewuste keuze zijn. Dan komt de stilstand wanneer mensen uitgeput raken, de verandering vastloopt of de organisatie simpelweg niet meer kan verwerken wat er allemaal tegelijk gebeurt. Dan valt alle beweging stil.
Voor systemisch leiders ligt verandering niet altijd in meer doen, maar soms ook in de moed hebben om minder te doen. Zodat het systeem meer ruimte krijgt om zelf in beweging te komen.